In order to strengthen the Union's economic, social and territorial cohesion and therefore to reinforce, in particular, the effectiveness of territorial cooperation, including one or more of the cross-border, transnational and interregional strands of cooperation, between members of an EGTC, the participation of third countries neighbouring a Member State, including its outermost regions, should be allowed in an EGTC.
Om de economische, sociale en territoriale samenhang van de Unie te vergroten en daarom met name de territoriale samenwerking, waaronder één of meer vormen van de grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking tussen leden van een EGTS doeltreffender te maken, moeten naburige derde landen van een lidstaat, met inbegrip van zijn ultraperifere gebieden, kunnen worden toegelaten tot een EGTS.