3.1. Notwithstanding the requirements of item 3.2, the outside of all types of vehicle shall incorporate no pointed, sharp or protruding parts, pointing outwards, of such a shape, dimension, angle of direction or hardness that it increases the risk or seriousness of body lesions suffered by any person struck or grazed by the vehicle in the event of an accident.
3.1. Onverminderd de in punt 3.2 genoemde bepalingen mag zich aan de buitenzijde van elk type voertuig geen enkel naar buiten gericht puntig, scherp of uitstekend deel bevinden met een zodanige vorm, afmeting, richting of hardheid dat het risico of de ernst van lichamelijk letsel van een persoon die bij een ongeval tegen het voertuig stoot of daardoor wordt geraakt, wordt vergroot.