7. Compte tenu de la directive sur l'épargne et de la possibilité d'échange d'informations, ainsi que de l'accord intervenu entre la Belgique et les Pays-Bas le 1er avril 2008 concernant la présence d
e fonctionnaires du fisc de l'un des États sur le territoire de l'autre aux fins d'enquête fiscale concernant les institutions financières établies aux Pays-Bas
: a) La Belgique n'enfreint-elle pas l'article 2.2.f de la Convention Benelux qui prévoit l'égalité de traitement pour les ressortissants de chacun des pays du Benelux sur le terr
...[+++]itoire des autres pays du Benelux en qui concerne les droits et les impôts, de quelque nature que ce soit, affectant leurs propres ressortissants en réservant l'avantage du précompte mobilier libératoire aux seuls intermédiaires belges aux dépens des institutions financières établies aux Pays-Bas et au Luxembourg dans les cas exposés aux questions 1 à 3 ? b) La Belgique n'enfreint-elle pas l'article 2.2.f de la Convention Benelux en prélevant des additionnels communaux sur les revenus mobiliers mis en paiement aux Pays-Bas ou au Luxembourg et en ne le faisant pas sur les mêmes revenus mobiliers nationaux qui bénéficient du précompte mobilier libératoire ?7. Mede gelet op voornoemde spaarrichtlijn en de mogelijkheid tot informatie-uitwisseling en mede gelet op de regeling tussen de bevoegde autoriteiten van België en Nederland van 1 april 2008 inzake de
aanwezigheid van belastingambtenaren van de ene Staat op het grondgebied van de andere Staat ten behoeve van belastingonderzoek voor wat de in Nederland gevestigde financiële instellingen betreft: a) Schendt België niet artikel 2.2.f van het Benelux-verdrag dat voorziet in een gelijke behandeling van de onderdanen van elk van de Benelux-landen op het grondgebied van de andere Benelux-landen wat betreft de rechten en belastingen van welke a
...[+++]ard ook welke de eigen onderdanen genieten wanneer het voordeel van de bevrijdende roerende voorheffing uitsluitend wordt voorbehouden aan de Belgisch tussenpersonen en niet aan in Nederland en Luxemburg gevestigde financiële instellingen in de gevallen zoals uiteengezet in vragen 1 tot 3? b) Schendt België niet artikel 2.2.f van het Benelux-verdrag wanneer het gemeentelijke opcentiemen heft op in Nederland of Luxemburg betaalbaar gestelde roerende inkomsten en niet op dezelfde binnenlandse roerende inkomsten die genieten van een bevrijdende roerende voorheffing?