Dans un arrêt rendu à Courtrai le 30 novembre 1999 dans le cadre de l'examen d'une demande de désignation d'un administrateur provisoire, et publié dans la revue «Rechtskundig Weekblad» (2002-2003, n° 19, du 11 janvier 2003, p. 758), le juge de paix déclare ce qui suit (traduction): «Nous avons entendu en notre audience du 13 septembre 1999 en chambre du conseil le directeur de la maison de repos et de soins de (.), à savoir M (.), domicilié à (.).
In een vonnis van de vrederechter van Kortrijk van 30 november 1999, gepubliceerd in het Rechtskundig Weekblad (2002-2003, nr. 19 van 11 januari 2003, blz. 758) wordt, ingevolge een vraag tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder, in het kader van het onderzoek van deze vraag door de vrederechter in zijn vonnis het volgende gezegd: «De directeur van het rust- en verzorgingstehuis te (.), meer bepaald de heer (.), wonende te (.), werd door ons gehoord op onze zitting van 13 september 1999 in raadkamer.