Art. 8. Les agréments accordés en application du Règlement du 14 mai 2013 concernant l'agrément des réviseurs et des sociétés de réviseurs pour l'exercice d'un mandat révisoral auprès d'organismes de placement collectif, de sociétés de gestion d'organismes de placement collectif et d'institutions de retraite professionnelle, avant la date d'entrée en vigueur du présent Règlement, valent de plein droit aux fins de l'exercice d'un mandat révisoral auprès d'un établissement contrôlé au sens défini par le présent Règlement.
Art. 8. De erkenningen die vóór de datum van inwerkingtreding van het voorliggende reglement zijn verleend met toepassing van het reglement van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten van 14 mei 2013 betreffende de erkenning van revisoren en revisorenvennootschappen voor de uitoefening van een revisoraal mandaat bij instellingen voor collectieve belegging, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, gelden van rechtswege voor het uitoefenen van een revisoraal mandaat bij een instelling die gecontroleerd wordt in de zin van het voorliggende reglement.