Existe-t-il une violation du principe d'égalité inscrit dans les articles 10 et 11 de la Constitution en ce que, en application de l'article 104, alinéa 1, 1°, du Code des impôts sur les revenus 1992, les sommes versées ou les frais exposés par un contribuable en exécution d'une obligation alimentaire (ci-après le débirentier) ne sont déductibles de l'ensemble de ses revenus nets qu'entre autres conditions que le créancier de l'obligation alimentaire (le crédirentier) ne fasse pas partie de son ménage ?
Is er schending van het gelijkheidsbeginsel vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre, met toepassing van artikel 104, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de door een belastingplichtige gestorte sommen of gemaakte kosten ter uitvoering van een onderhoudsverplichting (hierna de onderhoudsplichtige) enkel aftrekbaar zijn van zijn totale netto-inkomen op voorwaarde onder meer dat de gerechtigde van de onderhoudsverplichting (de onderhoudsgerechtigde) niet deel uitmaakt van zijn gezin ?