L'article 3 imposant une obligation absolue, l'obligation de pouvoir identifier les forces de l'ordre ne peut pas connaître d'exception: autoriser une exception au port du signe d'identification serait en contradiction avec l'article 3 de la CEDH qui impose qu'un policier mis en cause dans une affaire de torture ou traitement inhumain et dégradant puisse toujours être identifié.
Aangezien artikel 3 een absolute verplichting oplegt, mag op de verplichting dat men de ordehandhavers moet kunnen identificeren geen uitzondering bestaan : een uitzondering op het dragen van een identificatieteken zou strijdig zijn met artikel 3 EVRM, dat vereist dat een politieagent die beschuldigd wordt in een zaak van foltering of onmenselijke en vernederende behandeling altijd geïdentificeerd moet kunnen worden.