Als een echtgenoot de vordering instelt in een lidstaat waarvan de rechtbanken niet overeenkomstig artikel 2 bevoegd zijn, kan de bevoegdheid van deze rechtbanken derhalve niet worden gebaseerd op het feit dat de andere echtgenoot verschijnt om op de vordering te reageren, maar de rechter zal daarentegen beoordelen of hij al dan niet bevoegd is en zo niet, dan zal hij de zaak niet verder behandelen.
Par conséquent, si un époux introduit sa demande dans un État membre dont les juridictions ne sont pas compétentes en application des critères énoncés à l'article 2, la compétence de ces tribunaux ne peut se fonder sur la comparution de l'autre époux pour contester la demande: le juge examinera s'il est compétent et, s'il ne l'est pas, il se dessaisira.