Art. 4. Indien de werknemer verschillende gemeenschappelijke vervoermiddelen gebruikt, hetzij deze van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, de LIJN, MIVB of TEC wordt de globale tussenkomst van de werkgever bepaald op het bedrag dat gelijk is aan de tussenkomst van de werkgever in de treinkaart, zoals bedoeld in artikel 2, § 1 en dat overeenkomt met het aantal afgelegde kilometers.
Art. 4. Si le travailleur utilise différents moyens de transport en commun, soit ceux de la Société nationale des Chemins de Fer belge, de LIJN, la STIB ou des TEC, l'intervention globale de l'employeur est un montant égal à l'intervention de l'employeur dans le prix du transport en train, conformément aux dispositions de l'article 2, § 1, ce montant est proportionnel au nombre de kilomètres parcourus.