Infrabel: - Uitglijden of struikelen met val; - Zwaarbeladen lopen, misstap of uitglijden zonder vallen; - Knelling tussen een vast en een mobiel voorwerp.
Infrabel: - Glisser ou trébucher avec chute; - Marcher lourdement chargé, un faux pas ou glisser sans tomber; - Bloqué entre un objet fixe et un objet mobile.