De verzoekende partijen betogen dat de in de artikelen 47octies, § 2, tweede lid en 47decies, § 4, van het Wetboek van Strafvordering aan de Koning toegekende delegaties, zijn vastgesteld met schending van artikel 12, tweede lid, en artikel 22 van de Grondwet, « in samenhang gelezen » met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Les requérantes soutiennent que les délégations accordées au Roi par les articles 47octies, § 2, alinéa 2, et 47decies, § 4, du C. I. Cr. ont été établies en violation de l'article 12, alinéa 2, et de l'article 22 de la Constitution, « combiné » avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme.