Art. 9. § 1. Bij de toelating van een instandhoudingsras wordt door de minister, rekening houdend met de informatie van door de minister overeenkomstig artikel 3, § 4, erkende organisaties, het gebied of de gebieden bepaald waarin het ras vanouds is geteeld en waaraan het zich op natuurlijke wijze heeft aangepast, hierna gebied van oorsprong te noemen.
Art. 9. § 1. Lorsque le ministre admet une variété de conservation, en tenant compte des informations provenant d'organisations reconnues par le ministre conformément à l'article 3, § 4, il détermine la ou les régions dans lesquelles la variété est cultivée traditionnellement et auxquelles elle est naturellement adaptée - ci-après " régions d'origine" .