2. In geen geval worden de leden 2 en 4 van artikel 16 zodanig uitgelegd dat zij een aangezochte autoriteit van een lidstaat toestaan te weigeren relevante inlichtingen als bedoeld in artikel 5, lid 1, te verstrekken, uitsluitend omdat deze inlichtingen berusten bij een bank, of een andere financiële instelling, of bij een gevolmachtigde of een persoon die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreedt, of omdat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
2. L'article 16, paragraphes 2 et 4, ne saurait en aucun cas être interprété comme autorisant une autorité requise d'un État membre à refuser de fournir des informations utiles au sens de l'article 5, paragraphe 1, au seul motif que ces informations sont détenues par une banque, une autre institution financière ou une personne désignée ou agissant en capacité d'agent ou de fiduciaire, ou parce qu'elles se rapportent à une participation au capital d'une personne.