4 en 6). De afwezigheid van de advocaat vóór en tijdens het verhoor van de verdachte door de onderzoeksrechter werd verantwoord door de in artikel 12 van de Grondwet opgelegde korte termijn, waarin een bevel tot aanhouding moet worden uitgevaardigd in geval van maatregel van vrijheidsberoving (Parl. St., Senaat, 1988-1989, nr. 658-2, p. 6).
L'absence de l'avocat avant et pendant l'interrogatoire de l'inculpé par le juge d'instruction a été justifiée par la brièveté du délai imposé par l'article 12 de la Constitution, dans lequel un mandat d'arrêt doit être décerné en cas de mesure privative de liberté (Doc. parl., Sénat, 1988-1989, n° 658-2, p. 6).