Art. 3. § 1. Zonder afbreuk te doen aan wat in § 2 wordt bepaald komen de werkgevers, wanneer andere motorvoertuigen gebruikt worden dan het openbaar vervoer, tegemoet in de werkelijk door de werknemers gedragen verplaatsingskosten ten belope van 60 pct. van de prijs van de treinkaart 2e klasse van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen voor het aantal kilometer dat de verblijfplaats van de plaats van tewerkstelling scheidt, of voor het aantal met een privé vervoermiddel in het raam van artikel 4 afgelegde kilometers.
Art. 3. § 1. Sans préjudice du prescrit du § 2, en cas d'utilisation d'autres moyens de transport à moteur que les transports en commun publics, les employeurs interviennent dans les frais de déplacement effectivement consentis par les travailleurs à concurrence de 60 p.c. du prix de la carte mensuelle train 2 classe de la Société nationale des chemins de fer belges, pour le nombre de kilomètres séparant le lieu de domicile du travailleur de son lieu de travail, ou pour le nombre de kilomètres effectués avec un moyen de transport privé dans le cadre de l'article 4.