Indien de aanvrager de onbeschikbaarheid bevestigt, informeert hij het FAGG overeenkomstig § 1, 7·, en geeft hij de begindatum, de vermoedelijke einddatum en de reden voor de onbeschikbaarheid op.
Si le demandeur confirme l’indisponibilité, il en informe l’AFMPS conformément au § 1 , 7·, et il précise la date de début, la date présumée de fin et la raison de l’indisponibilité.