Het loutere gegeven dat de aanvraag betrekking heeft op een wapen zonder munitie vormt overigens geen relevant criterium om de aanvragers van de vergunning ervan vrij te stellen het bij artikel 11, § 3, 6°, vereiste medische attest voor te leggen, vermits dat overeenstemt met een vereiste van de richtlijn 91/477/EEG en de wetgever het noodzakelijk vermocht te achten het voorhanden hebben van het vergunningsplichtige wapen alleen toe te staan voor personen die medisch gezien in staat zijn het mogelijke gevaar van elk wapen, los van de munitie, in te zien.
Par ailleurs, la simple circonstance que la demande concerne une arme sans munitions ne constitue pas un critère pertinent pour dispenser les demandeurs de l'autorisation de présenter l'attestation médicale exigée par l'article 11, § 3, 6°, puisque cela correspond à une exigence de la directive 91/477/CEE et que le législateur a pu estimer nécessaire de ne permettre la détention de l'arme soumise à autorisation qu'à des personnes médicalement aptes à comprendre le danger potentiel que représente toute arme, indépendamment des munitions.