Met de aanneming van de in het geding zijnde bepaling heeft de wetgever een einde willen stellen aan de uiteenlopende rechtspraak die is gebleken na het voormelde arrest van het Hof van Cassatie van 2 september 2004. Met de beslissing om het beginsel van de verhaalbaarheid van de kosten en de erelonen verbonden aan de bijstand van een advocaat te verankeren in het procesrecht, veeleer dan in het aansprakelijkheidsrecht, heeft hij rekening gehouden met het voormelde arrest nr. 57/2006 van het Hof.
En adoptant la disposition en cause, le législateur a entendu mettre fin aux jurisprudences divergentes apparues après l'arrêt précité de la Cour de cassation du 2 septembre 2004 et, en décidant d'ancrer le principe de la répétibilité des frais et honoraires d'avocat dans le droit procédural plutôt que dans le droit de la responsabilité, il a tenu compte de l'arrêt précité de la Cour n° 57/2006.