In geval van andere afwezigheden dan deze vermeld in § 1 waarvan de duur één jaar niet mag overschrijden, en voor de overbrugging van de periode tussen de beëindiging van een mandaat en een nieuwe aanwijzing, kan de leidend ambtenaar een waarnemend afdelingshoofd aanwijzen onder de ambtenaren die over de generieke competenties van afdelingshoofd beschikken.
En cas d'autres absences que celles visées au § 1 et dont la durée ne peut dépasser un an, et en vue de surmonter la période entre la fin d'un mandat et une nouvelle désignation, le fonctionnaire dirigeant peut désigner un chef de division faisant fonction parmi les fonctionnaires qui disposent des compétences génériques de chef de division.