Een voorbeeld voor zo'n situatie is Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (een wetgevingshandeling die in punt 7.1 van Omnibus 1 wordt behandeld), waarbij het Parlement van mening was dat de RPT zou moeten worden toegepast op artikel 61 , rekening houdend met het feit dat een algemene uitzonderingsregeling voor een lidstaat een maatregel met een algemeen effect zou zijn (wegens de gevolgen ervan voor belangstellende partijen van elke andere lidstaat).
Un exemple est la directive 2005/36 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles (acte juridique traité au point 7.1 d'Omnibus 1), dont l'article 61 devrait, selon le Parlement, faire l'objet d'une PRC, compte tenu du fait qu'une dérogation générale pour un État membre quelconque constituerait une mesure à portée générale (à cause de ses effets sur une partie intéressée d'un autre État membre).