Sindsdien is het recht van vrij verkeer voor andere doeleinden dan werk, bijvoorbeeld na pensionering, voor studie of om samen met gezinsleden te reizen, een wezenlijk aspect van het EU-burgerschap geworden[2].
Depuis lors, la possibilité de circuler librement à des fins autres que l'activité professionnelle, notamment pour prendre sa retraite, étudier ou accompagner la famille, est devenue un aspect essentiel de la citoyenneté de l'Union[2].