Dat artikel bepaalt dat een overtreding van die wet wordt ver
moed te zijn begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig, als d
e bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet is geïdentificeerd. « Di
e afwijking van het beginsel volgens hetwelk de bewijslast op de vervolgende partij weegt, kan worden verantwoord in het licht van het doel dat door de wetgever is nagestreefd, met name een doeltreffende bestrijdi
...[+++]ng van de verkeersdelinquentie in gevallen waarin het moeilijk is de identiteit van de overtreder vast te stellen» (plechtige openingsrede van de heer Jean du Jardin, procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, op de openingszitting van 1 september 2003, blz. 15).
« Cette dérogation au principe qui impose l'administration de la preuve à la partie poursuivante se justifie par le but visé par le législateur en la matière, savoir l'efficacité de la lutte contre la délinquance routière, plus spécialement dans les cas où l'identification de l'auteur de l'infraction est malaisée » (discours prononcé par M. Jean du Jardin, procureur général près la Cour de cassation, à l'audience solennelle de rentrée le 1 septembre 2003, p. 15).