In de aannemingsprocedure voor het Financieel Reglement was het de wens van het Comité van toezicht dat het Bureau zou worden behandeld als een instelling en dat het een grotere begrotingsautonomie zou genieten. Deze gedachte werd onder verwijzing naar het statuut van de Europese ombudsman ook nader uitgewerkt in het derde verslag van het comité.
Dans le cadre de la procédure d'adoption du règlement financier, le comité de surveillance avait demandé que l'Office soit traité comme une institution et jouisse d'une plus grande autonomie budgétaire, idée également développée dans son troisième rapport, avec une référence au statut du Médiateur européen.