Aan het Hof wordt gevraagd of dat artikel 42bis, eerste lid, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 2, 3, 26.2 en 27.3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind schendt, in zoverre
het een verschil in behandeling invoert tussen de rechtgevende kinderen van uitkeringsgerechtigde volledig werklozen en de rechtgevende kinderen van niet uitkeringsgerechtigde
volledig werklozen, aangezien, volgens ...[+++]de verwijzende rechter, het het voordeel van de verhoogde kinderbijslag vanaf de zevende maand werkloosheid voorbehoudt aan de eerstgenoemden.
Il est demandé à la Cour si cet article 42bis, alinéa 1, viole les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non avec les articles 2, 3, 26.2 et 27.3 de la Convention relative aux droits de l'enfant, en ce qu'il traite différemment les enfants bénéficiaires de chômeurs complets indemnisés et les enfants bénéficiaires de chômeurs complets non indemnisés, dès lors que, selon le juge a quo, il réserve aux premiers le bénéfice d'un supplément d'allocations familiales à partir du septième mois de chômage.