2° het vijfde lid, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2014, wordt vervangen als volgt : « In afwijking van het eerste lid, 5°, mogen alleen personen die op het ogenblik van de benoeming houder zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs of van e
en voldoende geacht bekwaamheidsbewijs dat overeenstemt met het te bekleden ambt, vast benoemd worden in het ambt van pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon basisonderwijs, in het ambt van godsdienstleerkracht, in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider». 3° het arti
...[+++]kel wordt aangevuld met een zesde lid, luidende : « Personeelsleden die in het lager onderwijs het ambt van leermeester eerste vreemde taal bekleden, maar niet het diploma van onderwijzer voor het lager onderwijs voor dat ambt hebben, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 5°, a), b) en c), als ze reeds voldoen aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 5°, voor het ambt van onderwijzer voor het lager onderwijs».2
° dans l'alinéa 5, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par le décret du 5 mai 2014, les mots " dans la fonction de pédagogue de soutien dans l'enseignement fondamental ordinaire," sont insérés entre les mots " à titre définitif" et les mots " dans la fonction" ; 3° l'article est complété par un alinéa 6 rédigé comme suit : « En ce qui concerne les membres du personnel exerçant la fonction de maître spécial pour la première langue étrangère dans l'enseignement primaire en n'étant pas porteurs du diplôme d'instituteur primaire pour cette fonction, les conditions mentionnées à l'alinéa 1 , 5°, a), b) et c) sont considérées comme remplies lorsqu'i
...[+++]ls satisfont déjà à celles mentionnées à l'alinéa 1 , 5°, pour la fonction d'instituteur primaire».