De verzoekers beroepen zich weliswaar op het feit dat bij een wet van 16 maart 1976 aan de belastingplichtige de mogelijkheid werd gegeven om bepaalde nieuwe grieven voor het hof van beroep aan te voeren, om in te gaan tegen de rechtspraak van het Ho
f van Cassatie, dat sinds 1954 een jurisdictioneel karakter van eerste aanleg toekende aan de bevoegdheden v
an de directeur der belastingen en dat de saisine van het hof van beroep, uitspraak doende in tweede aanleg, beperkte tot het onderwerp van het beroep dat bij dat hof aanhangig was g
...[+++]emaakt, en op het feit dat het arrest nr. 67/98 van het Hof dat evenwicht heeft aangetast door te verklaren dat de beslissing geen jurisdictioneel karakter had.
Les requérants font certes état de ce que la possibilité d'invoquer certains griefs nouveaux devant la cour d'appel fut donnée au contribuable par une loi du 16 mars 1976 afin de contrer la jurisprudence de la Cour de cassation conférant, depuis 1954, un caractère juridictionnel de premier degré aux attributions du directeur des contributions et limitant la saisine de la cour d'appel, statuant en second degré, à l'objet du recours dont elle est saisie et de ce que l'arrêt n° 67/98 de la Cour a porté atteinte à cet équilibre en décidant que la décision n'avait pas un caractère juridictionnel.