Ten slotte wordt bepaald dat de geldigheid van de zelfstandigheidsverklaring, op grond waarvan de houder ervan op
onweerlegbare wijze vermoed wordt een zelfstandige activiteit als kunstenaar uit te oefenen (1), vervalt voor de prestaties en de werken waarvoor een onkostenvergoeding wordt toegekend
die voldoet aan de voorwaarden van het ontworpen artikel 17sexies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (ontworpen artikel 4, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaard
...[+++]en en -modaliteiten met betrekking tot de zelfstandigheidsverklaring aangevraagd door bepaalde kunstenaars; artikel 4 van het ontwerp).
Enfin, le projet dispose que la déclaration d'activité indépendante, sur la base de laquelle son titulaire est présumé exercer de manière irréfragable une activité d'artiste indépendant (1), n'est pas valable pour les prestations et les oeuvres pour lesquelles il est accordé une indemnité de défraiement qui remplit les conditions de l'article 17sexies, en projet, de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 (article 4, § 2, alinéa 2, en projet, de l'arrêté royal du 26 juin 2003 portant fixation des conditions et des modalités d'octroi de la déclaration d'activité indépendante demandée par certains artistes; article 4 du projet).