Wanneer de tijdelijke priori
taire kandidaat die overigens beschikt over een pedagogisch bekwaamheidsbewijs - overeenkomstig de artikelen 17 en 18 van het decreet van 11 april 2014 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs - zich kandidaat stelt voor een aanstelling in het ambt van leermeester filosofie en burgerzin, wordt h
ij opgenomen in een afzonderlijke rangschikking, volgens de in het vorige lid nader bepaalde regels, en heeft
...[+++] hij het voordeel van de voorrang voor een aanstelling in dat ambt ten opzichte van de kandidaten die niet over een dergelijk bekwaamheidsbewijs beschikken.
Les candidats temporaires prioritaires qui disposent en outre d'un titre pédagogique - conformément aux articles 17 et 18 du décret du 11 avril 2014 réglementant les titres et fonctions dans l'enseignement fondamental et secondaire organisé et subventionné par la Communauté française - lorsqu'ils se portent volontaire à une désignation à la fonction de maître de philosophie et de citoyenneté sont repris dans un classement distinct, selon les modalités prévues à l'alinéa précédent, et bénéficient d'une priorité de désignation dans cette fonction par rapport aux candidats ne disposant d'un tel titre.