G. overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat de lidstaten een positieve verplichting hebben om de pluriformiteit van de media te waarborgen op grond van artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, dat soortgelijke bepalingen bevat als artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat deel uitmaakt van het acquis communautaire;
G. considérant que la Cour européenne des droits de l'homme a estimé qu'il existe une obligation positive pour les États membres d'assurer le pluralisme des médias qui découle de l'article 10 de la Convention de sauvegarde des droits de l’homme et des libertés fondamentales, lequel contient des dispositions similaires à celles de l'article 11 de la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne, qui fait partie de l'acquis communautaire;