In de eerste door de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen versie van de wet van 15 maart 1999 verklaarde de toenmalige minister dat « wanneer een door de belastingplichtige ingediend bezwaar door de directeur der belastingen wordt aanvaard, geen enkele andere fiscale administratieve overheid (ook niet de Bijzondere Belastinginspectie) tegen deze uitspraak bij de rechtbank beroep kan aantekenen » (verslag, Stuk Kamer, nr. 1341/17, 97/98, blz. 68).
Dans la première mouture de la loi du 15 mars 1999 adoptée par la Chambre des représentants on pouvait lire chez le ministre de l'époque ce qui suit : « Lorsque le directeur des contributions directes accepte la réclamation introduite par un contribuable, aucune autre autorité administrative fiscale (y compris l'ISI) ne peut introduire de recours devant le tribunal contre cette décision » (rapport, Do c. parl. nº 1341/17, 97/98, p. 68).