Wanneer de aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds plaatsvindt op een tijdstip waarop blijkt dat de regularisatiebijdragen overeenkomstig artikel 11, § 5 van het koninklijk besluit nr. 38 reeds naar behoren kunnen worden vastgesteld, zijn de in § 1 bedoelde verhogingen verschuldigd vanaf het eerste kwartaal onderw
erping en worden ze toegepast op de voorlopige bijdragen naar behoren vastgesteld en verschuldigd overeenkomstig de artikelen 11, § 3 en 13bis van het koninklijk besluit nr. 38, alsook, in voor
komend geval op het bijdragesupplement, vastgest ...[+++]eld overeenkomstig artikel 11, § 5 van het koninklijk besluit nr. 38" .
Toutefois, si l'affiliation à une caisse d'assurances sociales a lieu à un moment où il apparaît que les cotisations de régularisation peuvent déjà être dûment établies conformément à l'article 11, § 5, de l'arrêté royal n° 38, les majorations visées au § 1 sont dues à partir du premier trimestre d'assujettissement et elles sont appliquées sur les cotisations provisoires dûment établies et dues conformément aux articles 11, § 3 et 13bis de l'arrêté royal n° 38, ainsi que, le cas échéant, sur le complément de cotisation établi conformément à l'article 11, § 5 de l'arrêté royal n° 38».