5. erkent dat het Joegoslavië-tribunaal voortgang heeft geboekt bij haar moeilijke taak en een aantal van degenen die verantwoordelijk zijn voor de massamoord voor de rechter heeft gebracht; is echter van mening dat die taak tot een goed einde moet worden gebracht en dringt dan ook bij de nieuwe, democratische regeringen op de Balkan, en met name de Servische en Bosnische regering, aan op volledige samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal en wijst erop dat die samenwerking voor alle landen in de regio een absolute voorwaarde is om tot nauwere betrekkingen met de EU te komen;
5. reconnaît les progrès accomplis dans sa tâche difficile par le tribunal pénal international pour l'ex‑Yougoslavie, qui a fait rendre des comptes à certains des auteurs des massacres; considère toutefois que ces efforts doivent être menés à bien et, à cet égard, demande aux nouveaux gouvernements démocratiques des Balkans, en particulier aux gouvernements serbe et bosniaque, de coopérer sans réserve avec le tribunal pénal international pour l'ex‑Yougoslavie, rappelant que cette coopération est le préalable de relations plus étroites entre les pays de la région et l'UE;