3. Indien een lidstaat de bevoegdheid tot het uitvoeren van officiële controles heeft overgedragen aan één of meer andere autoriteiten dan de centrale bevoegde autoriteit, in het bijzonder op regionaal of lokaal niveau, moet worden gezorgd voor een efficiënte en doeltreffende coördinatie tussen alle betrokken bevoegde autoriteiten, waar nodig ook op het gebied van de bescherming van volksgezondheid en milieu.
3. Lorsqu'un État membre investit de la compétence pour effectuer des contrôles officiels une ou plusieurs autorités autres qu'une autorité centrale compétente, notamment les autorités aux niveaux régional ou local, il faut assurer une coordination effective et efficace entre l'ensemble des autorités compétentes, notamment dans le domaine de la protection de la santé et de l'environnement le cas échéant.