Het bij lid 1 bedoeld personeelslid dient ook houder te zijn van één van de volgende pedagogische bekwaamheidsbewijzen : het diploma van onderwijzer(es) kleuteronderwijs, het diploma van onderwijzer(es) lager onderwijs, de aggregatie voor het lager secundair onderwijs, de aggregatie voor het hoger secundair onderwijs, het getuigschrift van pedag
ogische bekwaamheid (certificat d'aptitude pédagogique), het getuigschrift van pedagogische bekwaa
mheid (certificat d'aptitudes pédagogiques), het getuigschrift middelbare technische normaallee
...[+++]rgangen of het diploma van pedagogische bekwaamheid.
Le membre du personnel visé au § 1, alinéa 1, doit en outre être porteur d'un des titres pédagogiques suivants : le diplôme d'instituteur(trice) maternel(le), le diplôme d'instituteur(trice) primaire, l'agrégation de l'enseignement secondaire inférieur, l'agrégation de l'enseignement secondaire supérieur, l'agrégation de l'enseignement supérieur, le certificat d'aptitude pédagogique, le certificat d'aptitudes pédagogiques, le certificat de cours normaux techniques moyens ou le diplôme d'aptitudes pédagogiques.