De heer de Codt herinnert eraan dat de wetgever in 1998 immers de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling de bevoegdheid heeft gegeven handelingen van de onderzoeksrechter te vernietigen. Indien zij niet worden geadieerd, dan zal de eiser in het systeem dat de heer de Codt verdedigt, het recht om die nietigheid op te werpen, verliezen.
M. de Codt rappelle qu'en 1998, le législateur a en effet donné à la chambre du conseil et à la chambre des mises en accusation le pouvoir d'annuler des actes du juge d'instruction.