Bijgevolg heeft de minister slechts twee keuzes : ofwel dient hij het wetsontwerp in de Kamer in en zet op die manier de Senaat voor schut, ofwel doet hij niets en gebruikt hij het advies van de Commissie voor de Mededinging als alibi om niets te moeten doen.
Par conséquent, le ministre ne peut choisir qu'entre deux possibilités : soit il dépose le projet de loi à la Chambre et court-circuite ainsi le Sénat, soit il se prévaut de l'avis de la Commission de la concurrence et ne fait rien.