Dat is wellicht de reden waarom het begrip woonplaats in het ontwerp aan artikel 36 van het Gerechtelijk Wetboek wordt ontleend. Daarbij valt evenwel op te merken dat de voorschriften van de artikelen 44, § 3, 57, § 2, eerste lid, en 62, 1º, van het ontwerp geen betrekking hebben op de bevoegdheid van een rechter, maar wel op die van een ambtenaar van de burgerlijke stand of van een notaris.
On observera cependant que les règles des articles 44, § 3, 57, § 2, alinéa 1, et 62, 1º, du projet ne concernent pas la compétence d'un juge mais celle d'un officier de l'état civil ou d'un notaire.