Art. 279. § 1. Het mandaat eindigt vroegtijdig in de volgende gevallen : 1° vrijwillig ontslag van de mandaathouder; 2° plaatsvinden van een gebeurtenis bedoeld in artikel 23 van het KBAP, die voor een ambtenaar het verlies van zijn hoedanigheid als ambtenaar tot gevolg heeft; 3° niet-naleving door de mandaathouder van de onverenigbaarheidsregeling, zoals bepaald in artikel 282; 4° definitieve tuchtsanctie met ontslag van ambtswege of afzetting als gevolg; 5° schorsing in het belang van de dienst gedurende meer dan zes maanden; 6° een evaluatie " ongunstig" tijdens het mandaat of twee opeenvolgende evaluaties " met voorbehoud" tijdens het mandaat; 7° inrusteste
lling; 8° politiek verlof ...[+++] van ambtswege van meer dan vier dagen per maand; 9° aanwijzing van de mandaathouder om het ambt van schepen, burgemeester, of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn uit te oefenen; 10° vrijstelling van dienst of facultatief politiek verlof die, gecumuleerd met het politiek verlof van ambtswege, een totaal van vier werkdagen afwezigheid per maand overschrijden, met toepassing van de regeling inzake het politiek verlof.Art. 279. § 1 . Le mandat prend fin de façon anticipée dans les cas suivants : 1° la démission volontaire du mandataire; 2° la survenance d'un événement visé à l'article 23 de l'arrêté royal fixant les principes généraux q
ui entraîne pour un agent la perte de sa qualité d'agent; 3° le non-respect, par le mandataire, du régime d'incompatibilité tel qu'organisé à l'article 282; 4° une sanction disciplinaire définitive de démission d'office ou de révocation; 5° une suspension dans l'intérêt du service de plus de six mois; 6° l'évaluation défavorable en cours de mandat ou deux évaluations réservées successives en cours de mandat; 7° l
...[+++]a mise à la retraite; 8° le bénéfice d'un congé politique d'office de plus de quatre jours par mois; 9° la désignation du mandataire pour exercer des fonctions de bourgmestre, d'échevin ou de président du Conseil de l'Aide sociale; 10° le bénéfice de dispenses de service ou de congés politiques facultatifs qui conduisent en les cumulant avec le congé politique d'office à dépasser un total de quatre jours ouvrables d'absence par mois, en application de la réglementation relative au congé politique.