(5) Om de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen te voorkomen, moeten werkgevers vóór de indienstneming van een onderdaan van een derde land, ook wanneer de onderdaan van het derde land in het kader van dienstverrichting wordt aangeworven met het oog op detachering naar een andere lidstaat, controleren of de betrokkene beschikt over een geldige verblijfsvergunning of een andere verblijfsmachtiging waaruit blijkt dat de onderdaan van een derde land legaal op het grondgebied van de lidstaat verblijft.
(5) Pour prévenir l'emploi de ressortissants de pays tiers en séjour irrégulier, les employeurs devraient être tenus de vérifier, avant de recruter des ressortissants de pays tiers, que ces derniers disposent d'un permis de séjour valable ou d'une autre autorisation équivalente indiquant qu'ils se trouvent en séjour régulier sur le territoire de l'État membre considéré, y compris dans le cas de ressortissants de pays tiers recrutés aux fins de détachement dans un autre État membre dans le contexte d'une prestation de services.