74. is verheugd dat op grond van het arrest van het Europees Hof van Justitie van 1
3 september 2005 de discussie over de bevoegdheden van de Europese wetgever op het gebied van het strafrecht opnieuw is aangezwengeld; onderstreept dat het, in tegenstelling tot de Commissie, een gevalsg
ewijze toetsing van hangende wetgevingsvoorstellen voor noodzakelijk houdt; blijft bij zijn opvatting dat het ontwerp voor een richtlijn voor de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap gebaseerd m
...[+++]oet zijn op artikel 280 van het Verdrag; dringt er bij de Raad op aan zijn afwijzende houding tegenover een versterking van de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap door middel van strafrechtelijke maatregelen te laten varen, en te gaan participeren in de eerste lezing; 74. sal
ue la reprise de la discussion engagée sur la base de l'arrêt de la Cour de justice du 13 septembre 2005 au sujet des compétences du législateur européen en matière de droit pénal; souligne que, contrairement à l'argumentation développée par la Commission, il estime nécessaire un contrôle au cas par cas des propositions législatives en cours; il maintient sa position selon laquelle un projet de directive relative à la protection en droit pénal des intérêts financiers de la Communauté doit s’appuyer sur l’article 280 du traité CE; exhorte le Conseil à abandonner sa position de refus d’un renforcement de la protection des intérêt
...[+++]s financiers de la Communauté par des mesures de droit pénal et à entamer la première lecture;