24. bekrachtigt dat het recht om een rechtsmiddel in te stellen met betrekking tot de activiteiten van het EOM te allen tijde geëerbiedigd moet worden en vindt het belangrijk dat het EOM doeltreffend werkt; is dan ook van mening dat door het EOM genomen besluiten vatbaar moeten zijn voor rechterlijke toetsing door de bevoegde rechtbank; benadrukt dat besluiten die door de kamers worden genomen, zoals besluiten om opsporing in te stellen en besluiten inzake sepot of verwijzing van een zaak of inzake schikking, vatbaar moeten zijn voor rechterlijke toetsing door de gerechtshoven van de Unie;
24. affirme que le droit à un contrôle juridictionnel devrait être garanti à tout moment au regard des activités du Parquet européen et reconnaît en outre qu'il importe que ce dernier puisse
mener ses activités de manière efficace; estime donc que toute décision prise par le Parquet européen doit être susceptible de contrôle juridictionnel devant la juridiction compétente; estime que les décisions prises par les chambres, telles que le choix de la juridiction compétente pour les poursuites, le classement sans suite d'une affaire ou sa réattribution, ou une transaction devraient pouvoir faire l'objet d'un contrôle juridictionnel devant
...[+++]les juridictions de l'Union;