Tot slot merkt het Hof op dat de richtlijn in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan bij vaststelling van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid na het verstrijken van een verjaringstermijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de feiten zich hebben voorgedaan, slechts een „vermaning” kan worden uitgesproken, wanneer deze sanctie niet doeltreffend, evenredig en afschrikkend is.
Enfin, la Cour relève que la directive s’oppose à une réglementation nationale en vertu de laquelle, en cas de constatation d’une discrimination fondée sur l’orientation sexuelle, il n’est possible de prononcer qu’un « avertissement » après l’expiration de six mois à compter du déroulement des faits, si cette sanction n’est pas effective, proportionnée et dissuasive.