« § 5. In alle procedures waar de minderjarige wordt bijgestaan door een advocaat, ziet de stafhouder of het bureau voor juridische bijstand erop toe dat, indien er tegenstrijdige belangen zijn, de betrokkene bijgestaan wordt door een andere advocaat dan diegene op wie zijn vader, moeder, voogd of de personen die hem onder zijn bewaring hebben of die bekleed zijn met een vorderingsrecht, een beroep zouden hebben gedaan».
« Dans toutes les procédures où le mineur est assisté d'un avocat, le bâtonnier ou le bureau d'aide juridique veille, lorsqu'il y a contradiction d'intérêts à ce que l'intéressé soit assisté par un avocat, autre que celui auquel auraient fait appel ses père, mère, tuteur ou personnes qui en ont la garde ou qui sont investis d'un droit d'action».