Wetgeving mag bijvoorbeeld niet door verkeerde stimuli de waarschijnlijkheid van fraude door de rechtmatige gebruiker van betalingsdiensten (de zogeheten "first-party fraude") in de hand werken.
Par exemple, la législation ne doit pas, en faussant les incitations, accroître la probabilité d'un comportement frauduleux de l'utilisateur légitime des services de paiement ("first-party fraud").