Art. 3. De Minister van Buitenlandse Zaken of zijn afgevaardigde kan, na een met redenen omkleed voorstel van het Directiecomité en na gunstig advies van de Inspectie van Financiën, de toekenning van deze vergoeding na afloop van de drie eerste jaren verlengen voor de ambtenaren op wie artikel 1, eerste lid, 1°, van toepassing is en die een leidinggevende of een expertisefunctie uitoefenen die hun aanwezigheid op het hoofdbestuur rechtvaardigt.
Art. 3. Le Ministre des Affaires étrangères ou son délégué peut, sur proposition motivée du Comité de Direction et après avis favorable de l'Inspection des Finances, prolonger l'octroi de cette indemnité au-delà des trois années initiales en faveur des agents visés à l'article 1, alinéa 1, 1°, qui exercent une fonction de direction ou d'expertise justifiant leur maintien à l'administration centrale.