Duidelijk verwijzend naar de doelstellingen van de wet van 4 juli 2001 die een oplossing beoogde voor het probleem van het à decharge aanwenden van nietige stukken, oordeelde het Arbitragehof dat het verbod voor de vermeende dader om zich à decharge te beroepen op de nietig verklaarde elementen waaruit zijn onschuld zou kunnen blijken of die nuttig zouden zijn voor zijn verdediging, onevenredig afbreuk doet aan de rechten van de verdediging.
En se référant clairement aux objectifs de la loi du 4 juillet 2001 qui recherche une solution au problème de l'utilisation à décharge des pièces annulées, la Cour d'arbitrage a jugé que l'interdiction faite à un auteur supposé de recourir à des éléments déclarés nuls et dont pourrait ressortir son innocence ou qui seraient utiles à sa défense, porte une atteinte disproportionnée aux droits de la défense.