Om uit te maken in welke mate stopzettingsmeerwaarden op immateriële vaste activa bij vennoten van een burgerlijke vennootschap zonder re
chtspersoonlijkheid afzonderlijk kunnen belast worden
tegen 33% of 16,5% (artikel 171, 1°, c), en 4°, b), WIB 1992), moet het referte-inkomen (dat wil zeggen de belastbare nettowinst of -baten die de betr
okken vennoot in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de stopzetting uit de niet meer uitgeoefende werkzaamhe
...[+++]id heeft verkregen), individueel worden vastgesteld overeenkomstig artikel 23, 2, 1°, WIB 1992.
Pour apprécier dans quelle mesure des plus-values de cessation sur immobilisations incorporelles peuvent être imposées distinctement à 33% ou 16,5% (article 171, 1°, c), et 4°, b), CIR 1992) dans le chef d'associés d'une société civile sans personnalité juridique, le revenu de référence (c'est-à-dire les bénéfices ou profits nets imposables afférents à l'activité délaissée que l'associé intéressé a recueillis au cours des quatre années qui précèdent celle de la cessation) doit être fixé individuellement conformément à l'article 23, 2, 1°, CIR 1992.