De verwijzende rechter vergelijkt die categorie van belastingplichtigen met die welke, aangezien zij een levensverzekering is aangegaan, de in artikel 39, § 2, 2°, van het WIB 1992 bedoelde vrijstelling met betrekking tot de uitkeringen die erin worden beoogd, geniet, wanneer zij de gestorte bijdragen niet hebben afgetrokken.
Le juge a quo compare cette catégorie de contribuables à celle qui, ayant souscrit une assurance-vie, bénéficie de l'exonération prévue à l'article 39, § 2, 2°, du CIR 1992 en ce qui concerne les prestations qui y sont visées, lorsqu'ils n'ont pas déduit les cotisations versées.