De versie van 1991 van het UPOV verdrag verduidelijkt onder meer dat er bij het « farmer’s privilege » (wat voor de landbouwer inhoudt dat hij een deel van zijn oogst bewaart – de hoevezaden – om het volgende seizoen zijn velden te bewerken) een redelijke vergoeding dient betaald te worden, en houdt een uitbreiding in van het kwekersrecht naar rassen die in wezen afgeleid zijn van het beschermde ras.
La version de 1991 de la Convention UPOV précise notamment qu’une rémunération raisonnable doit être payée en cas d’application du « privilège de l’agriculteur » (consistant pour l’agriculteur à réserver une partie de sa récolte - les semences de ferme – pour emblaver ses terres la saison suivante).