Aangezien de nieuwe loopbaan de basisbeginselen van het loopbaanbeleid fundamenteel wijzigt, vermocht de wetgever redelijkerwijs te oordelen dat het niet was verantwoord om voor de personeelsleden van een dienst binnen het gerechtspersoneel een afwijkend loopbaanstelsel in stand te houden.
Dès lors que la nouvelle carrière modifie fondamentalement les principes de base de la politique de carrière, le législateur a pu raisonnablement considérer qu'il ne se justifiait pas de maintenir un système de carrière dérogatoire pour les membres du personnel d'un service au sein du personnel judiciaire.